Een verzameling van de bekendste boomgasten in en rond bomen.
Erysiphe alphitoides
De eikenmeeldauw verschijnt als een wit poederlaagje dat zich langzaam over eikenbladeren verspreidt. Deze schimmel arriveerde begin 1900 als mysterieuze nieuwkomer in Europa en veroorzaakte binnen enkele jaren een epidemie die boswachters deed vrezen voor de toekomst van hun eikenbossen. Deze meeldauw vormt witte, pluizige vlekken op beide zijden van eikenbladeren die geleidelijk uitbreiden tot hele bladeren en jonge twijgen bedekt zijn met een poederachtige, grijsachtige laag.
Voor jonge eikenbomen kan de infectie aanzienlijke gevolgen hebben door een verminderde fotosynthese. Geïnfecteerde bladeren vallen eerder af dan gezonde en bomen in de schaduw hebben een groter risico op vroege uitval. Voor volwassen bomen zijn de gevolgen meestal beperkt tot esthetische schade en lichte groeireductie. De ziekte wordt beschouwd als een van de mogelijke factoren in het algemene eikenverval dat Europa sinds decennia treft, hoewel directe causale verbanden moeilijk aantoonbaar zijn.
Preventieve maatregelen richten zich vooral op kwetsbare jonge bomen. Goede luchtcirculatie door voldoende plantafstand vermindert de kans op zware infecties.
Eigenschappen
Komt voor op
Quercus (Eik)